De regenboog romanticus leeft vaak met twee werkelijkheden tegelijk. Aan de buitenkant lijkt alles misschien rustig, beheerst of gewoon, maar vanbinnen speelt iets wat veel dieper gaat: het verlangen om eerlijk te kunnen zijn over wie je bent en op wie je valt. Dat verlangen is niet ingewikkeld, maar de wereld eromheen vaak wel. Negatieve reacties in de openbare ruimte komen nog altijd voor, en juist dat maakt openheid voor veel homoseksuele jongeren en volwassenen beladen.
Wat deze groep zo typeert, is niet alleen het verlangen naar liefde, maar ook de voortdurende afweging: is het hier veilig, kan ik dit zeggen, wat gebeurt er als iemand het weet? Voor anderen lijkt openheid soms iets simpels, maar voor de regenboog romanticus kan het voelen als een risico. Niet omdat de liefde zelf verkeerd is, maar omdat afwijzing, onbegrip of een vernietigend oordeel al te vaak dichtbij voelt. Daardoor leer je jezelf in te houden, kleiner te maken of bepaalde delen van je leven af te schermen.
Juist dat maakt deze vorm van eenzaamheid zo schrijnend. Je kunt omringd zijn door mensen en je toch alleen voelen, simpelweg omdat niet iedereen jou helemaal kent. Omdat je woorden inslikt, signalen afzwakt of jezelf aanpast aan wat veilig lijkt. En hoe langer dat duurt, hoe groter het verlangen wordt naar iemand bij wie je niet hoeft te scannen, te doseren of op je hoede te zijn. Iemand bij wie je niet eerst toestemming hoeft te voelen om gewoon jezelf te zijn.
De regenboog romanticus verlangt daarom niet alleen naar een partner, maar naar vrijheid. Naar rust in het eigen lijf. Naar een vorm van nabijheid waarin liefde niet verstopt hoeft te worden en eerlijkheid niet meteen spanning oproept. Want echte verbinding begint vaak niet bij romantiek, maar bij veiligheid: het diepe gevoel dat je niets hoeft te verbergen om toch gewenst, gezien en welkom te zijn.





