.png)
Sinds het overlijden van je partner is niets meer echt vanzelfsprekend. Je leeft verder in een wereld die aan de buitenkant gewoon doorgaat, terwijl vanbinnen alles veranderd is. Het zijn niet alleen de grote dingen die pijn doen, maar juist de kleine: samen eten, iets willen vertellen, een vertrouwde blik, een hand op je schouder. Wat ooit gewoon was, is nu een gemis dat op onverwachte momenten hard binnen kan komen. En hoe langer dat duurt, hoe meer je merkt dat verdriet niet alleen iets is van het begin — het beweegt op allerlei manieren met je mee.
Je probeert sterk te blijven. Voor de kinderen, voor de buitenwereld, of gewoon omdat het leven doorgaat en er van alles geregeld moet worden. Er is vaak al zoveel gedragen en volgehouden dat anderen denken dat het wel weer gaat. Maar onder die kracht zit een diepe vermoeidheid en een leegte die niet zomaar verdwijnt. Want iemand missen is niet alleen verdriet hebben om wat er was, maar ook leren leven met alles wat er niet meer komt. Geen gedeelde toekomst meer, geen vertrouwde nabijheid, geen vanzelfsprekend wij. Er zijn vaak genoeg mensen die vragen hoe het met je gaat, maar veel minder mensen bij wie je écht kunt zeggen hoe het voelt — hoe vreemd het is om alleen wakker te worden, hoe dubbel het is om door te gaan, hoe het gemis soms net zo rauw kan terugkomen als in het begin. Zo ga je je verdriet doseren, omdat je anderen niet wilt belasten of omdat je voelt dat de wereld liever ziet dat je weer vooruitkijkt. Maar verdriet laat zich niet opjagen, en gemis houdt zich niet aan een planning.
Een vorm van nabijheid waarin verdriet er gewoon mag zijn. Iemand bij wie je niets hoeft uit te leggen. Iemand die niet schrikt van stiltes, herinneringen of tranen. Iemand bij wie je even niet sterk hoeft te zijn. Want echte troost zit zelden in woorden of oplossingen — vaak in de eenvoudige ervaring dat je met alles wat je voelt nog steeds welkom bent.



