.png)
Na 21 jaar gaan mijn vrouw en ik uit elkaar. En hoewel dat natuurlijk niet is hoe je ooit denkt dat het zal lopen, kijk ik met veel warmte terug op wat we samen hebben gehad. We hebben twee prachtige kinderen gekregen en ontzettend veel mooie herinneringen gemaakt. Maar we zijn ook uit elkaar gegroeid. Dat hoort soms bij het leven.
Tijdens onze scheiding ontdekte ik dat ik mezelf onderweg een beetje was kwijtgeraakt. Ik was zo druk geweest met rekening houden, aanpassen en zorgen dat alles bleef werken, dat ik nauwelijks nog leefde op de manier die echt bij mij past.
Ik ben iemand die midden in de nacht wakker kan worden met een idee en dan enthousiast achter zijn laptop kruipt. Niet omdat het moet, maar omdat ik dat fantastisch vind.
Lange tijd dacht ik dat ik rustiger moest worden. Minder hard moest werken. Minder intens moest zijn. Later ontdekte ik dat dit helemaal niet zo vreemd is. Bij veel hoogbegaafde mensen hoort juist een sterke innerlijke drang om te blijven groeien en zichzelf steeds opnieuw uit te vinden. In de psychologie wordt dat ook wel positieve desintegratie genoemd.
Misschien hoef ik mezelf helemaal niet aan te passen.
Misschien ben ik gewoon wie ik ben.
En daarom verrast mijn antwoord veel mensen:
Ik wil op dit moment geen relatie. En ik mis het ook niet.

.png)
Sinds ik weer alleen ben, merk ik iets wat ik eigenlijk niet had verwacht: ik mis een relatie helemaal niet. Niet omdat ik geen behoefte heb aan verbinding, maar omdat ik ontdek hoeveel ik terugkrijg door alleen te zijn.
Dit zijn voor mij de belangrijkste redenen.
Ik ga hard. Dat heb ik altijd gedaan. Als ik ergens enthousiast over ben, wil ik ermee aan de slag. Dan kan ik ’s avonds om elf uur nog achter mijn laptop kruipen en ineens drie uur verder zijn. Ik kan een boek lezen, één interessant inzicht tegenkomen en vervolgens een compleet nieuw idee voor mijn bedrijf bedenken. Lange tijd heb ik gedacht dat ik daarin wat rustiger moest worden. Inmiddels denk ik: waarom? Dit is geen vervelende gewoonte die ik moet afleren. Dit is een deel van wie ik ben.
Dat klinkt misschien egoïstischer dan ik het bedoel. Ik ben juist iemand die heel gemakkelijk rekening houdt met anderen. In mijn huwelijk was ik jarenlang sterk gericht op mijn gezin: wat is er nodig, hoe zorgen we dat alles goed blijft gaan, wat heeft de ander nodig? Alleen kan ik daarin behoorlijk ver gaan. Voor ik het weet, ben ik zó goed rekening aan het houden met anderen dat ik mezelf ergens onderweg vergeet. Nu kan ik weer vaker denken: wat wil ík eigenlijk?
Mijn leven verloopt niet altijd volgens een keurig schema. Soms wil ik op zondag helemaal niets doen en soms krijg ik juist een idee en zit ik zes uur later nog achter mijn laptop. Soms word ik midden in de nacht wakker en moet ik iets opschrijven omdat ik bang ben dat het anders weg is. Dat is nu eenmaal hoe mijn hoofd werkt. Het fijne is dat ik daar niemand meer in hoef mee te nemen of hoef uit te leggen waarom iets per se nú moet. Ik kan mijn eigen energie weer volgen.
Ik denk snel, voel veel en zie vaak verbanden die anderen nog niet zien. Als iets me interesseert, kan ik daar behoorlijk intens in duiken. Niet iedereen begrijpt dat. Ik heb vaak genoeg gehoord: waarom denk je daar zoveel over na? Waarom werk je zo hard? Waarom laat je het niet gewoon even liggen? Ik begrijp die vragen ook, want niet iedereen zit zo in elkaar. Maar het is ontzettend prettig als je niet voortdurend het gevoel hebt dat je jezelf moet uitleggen.
Na 21 jaar samen zijn, is alleen zijn ook gewoon nieuw. Ik ontdek opnieuw hoe ik mijn dagen wil indelen, waaraan ik mijn tijd wil besteden, welke mensen ik om me heen wil hebben en wat ik belangrijk vind. Misschien nog belangrijker: ik ontdek ook steeds beter wat ik níét meer wil. Dat voelt voor mij niet als een leegte die zo snel mogelijk moet worden opgevuld. Ik vind die ontdekkingstocht eigenlijk veel te interessant om hem nu alweer op te geven.
Natuurlijk heb ik behoefte aan verbinding. Ik wil een goed gesprek, samen lachen, ergens eten, iets meemaken en mijn gedachten kunnen delen met iemand die me begrijpt. Maar daarvoor heb ik niet automatisch een traditionele relatie nodig. Dat onderscheid had ik vroeger waarschijnlijk minder snel gemaakt. Ik kan iemand naast me willen om dingen mee te delen, zonder dat ik daarmee ook iemand zoek met wie ik mijn hele leven moet delen.
Ik verwijt niemand dat ik mezelf in mijn huwelijk soms te veel heb aangepast. Dat heb ik uiteindelijk zelf gedaan. En juist daarom kan ik er nu iets van leren. Ik wil nooit meer zo druk zijn met wat een ander nodig heeft, dat ik vergeet te vragen wat ik zelf nodig heb. Ik wil niet minder enthousiast, minder gedreven of minder mezelf worden om beter in het leven van iemand anders te passen.
Ik bouw aan mijn bedrijf, schrijf, leer, krijg ideeën, ontmoet mensen en maak plannen. Ik kan nog steeds verschrikkelijk enthousiast worden van iets waar iemand anders waarschijnlijk zijn schouders over ophaalt. Er zit voor mijn gevoel geen gat in mijn leven waar zo snel mogelijk een partner in moet. Een relatie zou ooit iets aan mijn leven kunnen toevoegen. Maar ik heb geen relatie nodig om mijn leven compleet te maken.
Dat sluit ik helemaal niet uit. Misschien word ik over een paar jaar stapelverliefd en lees ik dit artikel lachend terug. Maar één ding weet ik inmiddels wel: ik wil geen relatie meer waarin ik mezelf moet aanpassen om deze te laten werken. Als er ooit iemand naast me komt te staan, wil ik dat het iemand is bij wie ik niet minder mezelf hoef te zijn, maar juist méér.
Betekent dit dat ik het liefst alleen thuis zit, werk en met niemand iets te maken wil hebben? Absoluut niet.
Ik vind het heerlijk om met collega’s een bakkie te doen. Met vrienden te eten, keihard te lachen, een terrasje te pakken of samen te wandelen. Ik heb mensen met wie ik lach, mensen met wie ik huil en mensen met wie ik dingen deel die ik niet met iedereen bespreek.
Alleen heb ik na mijn scheiding iets belangrijks geleerd: ik hoef dat niet allemaal bij één persoon te vinden.
Misschien is dat wel het grootste inzicht dat ik eraan heb overgehouden. Jarenlang had ik, zonder dat ik het doorhad, het idee dat een partner degene moest zijn die mij begreep, steunde, uitdaagde, met me lachte, naar me luisterde, mijn interesses deelde én met wie ik mijn dagelijks leven wilde delen.
Maar zo’n ideale partner bestaat volgens mij helemaal niet.
En dat hoeft ook niet.
Binnen de psychologie bestaat een begrip dat ik hier heel mooi bij vind passen: positieve desintegratie. Soms moet een oud beeld van jezelf en je leven eerst uit elkaar vallen voordat je kunt ontdekken wat werkelijk bij je past.
Mijn scheiding heeft dat voor mij op een bepaalde manier gedaan.
Het plaatje van een partner vinden en daar vervolgens alles mee delen is niet meer vanzelfsprekend. Ik mag verschillende mensen om me heen hebben die ieder iets anders aan mijn leven toevoegen. De één laat me huilen van het lachen. Met een ander kan ik ondernemen. Met iemand anders kan ik uren praten over psychologie, gedrag of persoonlijke ontwikkeling.
En soms ontmoet ik iemand met wie het écht klikt. Iemand die net zo snel denkt, dezelfde diepgang zoekt en bij wie ik niets hoef uit te leggen.
Daar kan ik serieus weken op teren.
Geef mij af en toe zo’n ontmoeting en daarna praat ik met net zoveel plezier met iemand anders over hoe lekker de appeltaart van de Lidl is.
Ik hoef niet door iedereen begrepen te worden. Ik heb maar een paar mensen nodig bij wie ik wél volledig mezelf kan zijn.
Dat is ook wat ik mooi vind aan Companionship.
Niet het idee dat iemand een partner moet vervangen. Juist niet. Maar het idee dat je bewust mensen in je leven mag toelaten bij wie je iets vindt wat je ergens anders misschien mist.
Iemand van jouw niveau. Iemand op dezelfde golflengte. Iemand bij wie je een gesprek niet voortdurend hoeft af te remmen of uit te leggen waarom iets je zo bezighoudt. Iemand bij wie je even kunt ervaren: zie je wel, ik ben helemaal niet zo raar. Er zijn gewoon mensen die mij begrijpen.
Voor mij maakt dat een wereld van verschil.
Sluit ik uit dat ik ooit nog een relatie krijg? Natuurlijk niet. Misschien gebeurt dat ooit en misschien ook niet.
Maar ik ga geen relatie meer zoeken omdat dat nu eenmaal het plaatje is dat bij een gelukkig leven zou horen.
Ik heb geen relatie nodig om gelukkig te zijn. Ik heb mensen nodig bij wie ik mezelf kan zijn.
En als ik daar een paar van om me heen heb, kan ik eigenlijk de hele wereld aan.
.png)