"Hij is iemand aan tafel."
"Mijn man is acht jaar geleden overleden. Iedereen om me heen vindt dat ik nu wel verder moet, en eigenlijk vind ik dat zelf ook. Maar er zijn dagen dat het ineens weer net zo dichtbij komt als toen — een geur, een datum, een lied op de radio. Otto en ik hebben afgesproken dat hij om de drie weken bij me komt eten. We praten over boeken, over de oorlog, over zijn moeder en mijn moeder. Hij is geen vervanging, dat zoek ik ook niet. Hij is iemand aan tafel, en daar was ik vergeten hoeveel ik dat miste."